Staan voor je vak – werken in de zorg

Ik was zeventien en ik deed vakantiewerk in een psychogeriatrisch verpleeghuis. In de naaikamer om precies te zijn.

Het hoofd van de naaikamer was een stugge ongetrouwde vrouw met een strenge knot, die veel verstand had van kapotte of slecht werkende ritsen, losgeraakte zomen en het onzichtbaar aanzetten van knopen.

Het atelier was in de kelder en om onduidelijke redenen was het er die zomer bloedheet. Dagelijks werd de gewassen en gestoomde kleding in grote rekken aangeleverd. En wij maar vouwen en herstellen.

Ik begrijp nog steeds niet ik hoe ik op het onzalige idee ben gekomen om in dat atelier te gaan werken, maar de Knot heeft me toch iets gebracht. Los van het feit dat ze ons voortdurend op de vingers keek en scherp bijhield wat wij per dag vermochten te verwerken: na een week mocht ik in de ochtend op de afdelingen de vuile was ophalen.

Tot groot genoegen van de vaste medewerkers van het naaiatelier, die dit klusje graag door een ander geklaard zagen. Het stonk en zij hadden zo hun beroepseer: zij waren van het herstellen en niet van de vuile was.

En zo ontmoette ik een man die mij de weg vroeg. Hij droeg een Chinees aandoende outfit: een blauwe katoen broek met rechte iets te korte pijpen en een vaal hesje, ook van katoen.

Op kruishoogte was een grote vochtige vlek zichtbaar. Hij klampte me aan. Hij was gederailleerd, zei hij, en op zoek naar zijn onderkomen, hij had de indruk dat hij een ongelukje had gehad met zijn pantalon. Of ik hem van dienst kon zijn?

Ik had geen idee van dementie, ik wist niet eens wat het woord betekende. Maar hij raakte me. Hij stak zijn arm uit, en ik haakte in.

Ik hoopte dat ik onderweg iemand tegen zou komen die wist waar zijn kamer was. Ik vond het vreemd dat hij zo deftig sprak, terwijl hij overduidelijk volledig de weg kwijt was.

Ik had geluk. Op de gang liep een verzorgende in een smetteloos wit uniform. ‘Ik heet Roos’, zei ze. ‘Meneer is een oud-burgemeester, vandaar dat hij zo plechtig spreekt. Hij weet eigenlijk niets meer, hij leunt op echo’s uit het verleden.’

Ze nam hem van me over toen we op zijn kamer waren. Hij liet zich gewillig verschonen achter het gordijn dat ze zorgvuldig achter zich sloot. Ze bleef tegen hem praten en intussen legde ze mij vanachter het gordijn uit dat het een vak is. ‘Mensen denken dat iedereen het kan. Omdat iedereen thuis wel eens voor een ander heeft gezorgd. Als jij snapt dat het een vak is, dat je als verzorgende ergens voor staat, dat je trots bent op wat je doet, dan is mijn dag goed.’

Knot was boos, ik had er veel te lang over gedaan. Ze boog zich over haar naaiwerk. Dat was háár vak.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: