Zoë's Blog

Maatwerk

Ik word er eerlijk gezegd wel eens moe van: eerst heette het zorg op maat. Die term heeft een flink aantal jaren stand gehouden. Wat ik ervan begrepen heb is dat het zaak was om een cliënt enkel die zorg aan te bieden die hij nodig had. Dat je dus bij wijze van spreken iemand niet met eten gaat helpen als hij dat uitstekend zelf kan. Je moet maar op het idee komen. Goed.

Daarna kwam de term vraag gestuurde zorg in zwang. Dat is in feit ook zorg op maat, alleen niet zo aanbodgericht. De cliënt mocht zelf ook meepraten over de inrichting van de zorg. Prima.

Was ik daar net aan gewend, kregen we de klantgerichte zorg. Dat was in de tijd dat de overheid bedacht dat zorg ook ‘handel’ is en dat we daarom beter van klanten dan van cliënten of bewoners konden spreken. Dat was in feite ook zorg op maat, maar dan met een commercieel tintje.

En nu hebben we dan de gastvrijheidszorg. Dat is in feite ook zorg op maat, maar dan met een accent op ‘je welkom weten’. Dat je als cliënt merkt dat je ertoe doet. Dat de ander het fijn vindt om het jou naar de zin te maken. Dus.

Ik heb eens stage gelopen in een protestants-christelijk verpleeghuis in het hoge Noorden. Dat was nog voor de ‘zorg op maat’ periode. Bewoners heetten toen nog patiënten en wij leverden gewoon professionele zorg.

Aan het hoofd van de afdeling stond een zuster. Die had je toen nog. Het was een ongezellige vrouw met een verkeerde kapper. Ze zag er doorgaans uit als een geplukte kip. Ze was in een hevige strijd verwikkeld met de zuster van een afdeling lager, die haar schaarse vrije tijd doorbracht in kringen van het Leger des Heils.

Inzet van de strijd was het tijdstip waarop alle patiënten uit bed waren gehaald en fris gewassen in de huiskamer aan hun dag begonnen.

Dus ging de ‘knoet erover’. Wij werkten ons een slag in de rondte om ervoor te zorgen dat wij eerder aan de koffie zaten (met overgebleven kapjes brood uit de keuken) dan de zuster van het Leger.

Op een dag kreeg ik van het hoofd met het Kapsel de opdracht om in te praten op een 92-jarige vrouw die de hele dag niks zat te doen in de huiskamer. Die moest nodig naar het activiteitencentrum, want daar deden ze hele leuke dingen met de mensen.

De vrouw liet me rustig uitpraten. Zelf vond dat ik het heel overtuigend had gebracht. Ze keek me aan en zei met een zwaar Gronings accent: ‘nu moet jij eens even heel goed naar me luisteren, kind. Ik heb mijn hele leven lopen sloven en zorgen en draven en doen. Ik ben blij dat ik eindelijk eens zit.’ En toen begreep ik het. Zorg is een vak en luisteren is een kunst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s